dinsdag 30 maart 2010

HET VALLEN VAN HET BLAD

Het vallen van het blad .

De temperatuur daalde en opdat de bomen niet zouden uitdrogen, sloot de voedseltoevoer zich door middel van een kurklaagje tussen twijg en blad. Het chlorofyl, dat het groen veroorzaakte in de bladeren, werd hierdoor langzaam afgebroken. Zo werd de ware kleur van de bladeren zichtbaar, die kon variëren van geel en bruin tot rood, afhankelijk van de in de bladeren aanwezige pigmenten. Daarna vielen de bladeren af. De herfstkleuren, gepaard met wind en regen, herinnerden ons eraan de stal terug op te zoeken.


Euskadi .

Aan weerszijden van de westelijke Pyreneeën, aan de Golf van Biskaje, leeft een volk dat zich door zijn afkomst en vooral door zijn taal (het Euskara) onderscheidt van de andere Europese volkeren. Ze noemen zichzelf Euskaldunak, hun land Euskadi. Niemand weet waarvan ze oorspronkelijk afstammen, wat dan weer een korf veronderstellingen oplevert. Wij hebben het over het Baskenland. Grensoverschrijdend met Frankrijk. Het totaal gebied beslaat 7.268 km2. Er wonen drie miljoen mensen in zeven provincies, vier Spaanse en drie Franse. Euskadi is een van de zeventien autonome regio’s in Spanje. De mate van zelfbestuur is hoog, met bijvoorbeeld een eigen politie en een eigen belastingsysteem.
Schrijvend over de Basken kun je niet langsheen de ETA (Euskadi Ta Askatatuna, wat Baskenland en Vrijheid betekent). Deze afscheidingsbeweging heeft al heel wat bloed aan de handen. Reizen in Spanje is dan ook risicovol wegens eventuele terroristische aanslagen waarbij steevast slachtoffers te betreuren vallen.
De ETA werd ruim veertig jaar geleden opgericht als afsplitsing van de gematigde nationalistische partij van Baskenland (PNV). De ETA begon de gewapende strijd voor een vrij Baskenland onder dictator Franco. Dit terzijde.
Guggenheim
Je kunt ons niet betichten dat we frequente bewonderaars zijn van moderne kunst, maar het Guggenheimmuseum in Bilbao was toch andere soep en goed voor drie uur ‘kunstwerken’ aangapen (www.guggenheim-bilbao.es).
De Guggenheimers waren kunstverzamelaars. Meer, zij vonden dat deze vorm van kunst dichter tot het volk gebracht moest worden. ‘From Privat to Public’. Daarvoor stichtten ze de Solomon R. Guggenheim Foundation, die heden wereldomvattend is.
Het eerste waarnaar je staat te kijken, is het eigenaardige gebouw dat de avant-gardische architect Frank O. Gehry uitdokterde. Het gebouw meet 32.500 m2 en is gelegen aan de Ria de Bilbao (de rivier Nervión), zowat in het centrum van de stad.
De gebruikte materialen zijn beton, blokken kalksteen, staal, glas en titanium. De halve millimeter dikke fish-scale titanium-panelen, die het geheel als in een metalliek jasje omsluiten, moet (volgens zeggen) goed zijn om het geheel ten minste honderd jaar overeind te houden.
Wij waren ’s morgens al vroeg vanaf Castro Urdales (de kust) aangezet om, voordat de stad ontwaakte, een geschikte plaats zo dicht mogelijk bij ons doel te vinden. We hadden weeral eens hoerengeluk. Eén enkel plaatsje was nog vrij aan de tweede ingang achteraan, waar ook het reusachtige bloemenbeeld van een kat (het kan ook een beer zijn) prijkt. Er zijn wel ondergrondse parkings (max. 2,10 m hoogte), maar voor onze zwerfwagen ongeschikt (www.bilbao.net/bilbaoturismo, www.bilbao.net).
Waar ik het meest mee worstelde, waren de creaties van een zekere Richard Serra: duimdikke scheepsplaten die hij zo tegendraads gewrongen had tot wat the matter of time als ondertitel meekreeg (2005). Het zette ons voor een raadsel omdat we het te technisch bekeken. Om zijn acht tonnen wegende en omvangrijke verroeste kunstsculpturen onder te brengen werd de grootste zaal ingepalmd. De platen waren gebogen in tegendraadse draaizin tot reusachtige spiraalveren, zoals gebruikelijk bij de veer van een oude klok die op tijd en stond eens opgewonden moet worden. We vonden in de meterslange staalplaten geen lasnaden. Hoe hebben ze die monsterdingen in godsnaam hier binnengebracht? De kunstuitleg (dat is wat telt) zal ik je maar best besparen. Maar het zal wel kloppen. Anders stond het hier niet!
San Sebastian/Donostia
We kwamen ’s avonds net voor donker aan in San Sebastian met de gedachte in het achterhoofd gemakkelijk parking te vinden. Fout gedacht! Het was zondag en feestdag met gevolg dat de Basken ook op maandag niet werkten en ‘van het leven profiteerden’. Dat wil zeggen: luidruchtig en tot een stuk in de nacht.
We hadden een uur rondgetoerd om uiteindelijk in de Ciudad Universitaria (Unibertsitatea) parking à volonté te vinden. De schooljeugd van tegenwoordig, die ook een verlengd weekend had, was druk bezig met ergens anders wat levenservaring op te doen! De parkings op de campus waren dan ook zo goed als leeg. Grappig; 100 meter verder was er een speciale parking voor autocaravanas, maar wij stonden best (*1). Lijnbus 33 rijdt naar Centro (om de 20’ en op zon- en feestdagen om het half uur - 1,30 euro/rit).
San Sebastian beschikt over drie goudgele zandstranden in de baai van La Concha. Het strand van Ondarreta wordt door de rots die Pico del Loro (papegaaienbek) genoemd wordt, even gescheiden van het strand dat zijn naam aan de baai gaf. Deze Playa de Concha wordt omzoomd met een elegante promenade die een prachtig uitzicht biedt over de baai. De haven bevindt zich aan de uiterste noordpunt, de voet van de Urgullberg. Hier bevindt zich het Parte Vieja, het oude stadsdeel.
De Rio Urumea doorsnijdt de stad in twee helften, Centro en de wijk Gros met op de rechteroever prachtige nouveau siècle-hotelgevels. Hier ontwaren we aan het strand van Zurriola het moderne Kursaal Congrescentrum. Bij ons bezoek stelde de Baskische beeldhouwer Manolo Valdés op de zeedijk tijdelijk zijn grote bronzen beelden tentoon. Het strand is hier voornamelijk in trek bij surfbeoefenaars.

Beelden van Manolo Valdés
We waren niet gekomen om aan zee te luieren en bezochten ’s anderendaags het oude stadsdeel. Nog wel even dit meegeven: doe eens een kapelletjestoer in dat oude kwartier, dat naar het schijnt het hoogste percentage bars per m2 van de wereld herbergt. Drink er eens op onze gezondheid een txikikos, kiep enkele zuritos achterover en om het af te leren maak enkele txakoli soldaat! Als je dan nog overeind staat, kun je de kroegentocht afronden met een hapje pintxos, de Baskische variant van de Spaanse tapas.
Frans Baskenland .
Bayonne, Biarritz en St.Jean de Luz werden toeristisch bezocht (www.bayonne-tourisme, www.biarritz.fr). Toen zochten we opnieuw de bergen op.
Luis Mariano
Een eerste stop was Arcangues. Hier bevindt zich het graf van Luis Mariano. Deze was de naoorlogse Baskische charmechanteur d’Opérette (1914-70), welbekend om de toenmalige operettestukken met een Spaanse inslag waaronder Mexico en La Belle de Cadix. De vrouwen, nu oma’s en voorloopsters van de hedendaagse ‘groupies’, vielen toen in katzwijm voor de charmes van deze man. Op zijn graf worden nog dagelijks bloemen gelegd door stille fans. 29 films en 800 chansons heeft hij op zijn cv. Voor een bezoek aan het kerkje steek je best eerst 0,50 eurocent in de gleuf aan de ingang. Dan heb je verlichting in de eerdere donkere gebedsruimte.
De stad Arcangues maakt zich op om in 2010 een groot feest in te richten naar aanleiding van de veertigste verjaardag van zijn overlijden (www.marianoluis.com, kasteel: www.chateaudarcangues.com).

Ile de Ré .


Phare de Baleines
Deze maal zetten we er een punt achter. We gaan naar huis. Het zou autobahnromantik worden langs de Franse péages. Toch konden we het niet laten de autoweg op tijd en stond te verlaten om nog enkele bezienswaardigheden mee te pikken. La Rochelle, gepaard gaand met een bezoek aan Ile de Ré (www.iledere.fr), was er zo eentje.
Eerst bezochten we het eiland dat door een tolbrug met het vasteland verbonden is. De péage was € 9, heen en terug. Omdat de nacht snel inviel, besloten we maar meteen tot het einde te rijden voor overnachting. Er was een gratis overnachtingsplaats voor motorhomes, maar volzet. Wel vonden we plaats zat aan de nabijgelegen Plage de Trousse-Chemise, een stek van kitesurfers. In de nacht zouden er nog enkele Fransen in hun camping-cars komen slapen. Een Franstalige folder beloofde ons …pour un séjour de rêve dans la plus hospitalière des iles …
’s Morgens klokslag acht uur werden we door barse lokale politiemannen het bed uitgeklopt. Ze gaven ons een kwartier tijd om op te krassen, anders..! En sauvage overnachten was naar we begrepen op het eiland niet toegestaan. Volgens de dienstkloppers moesten we maar naar een camping. Maar wat als deze wegens fin de saison gesloten waren?
Tot overmaat van ramp was er ook nog een felle storm komen opzetten. Herfstmaand, stormmaand. We reden langsheen de marais salant , het witte goud waarvan de natuurlijke fleur de sel voor een smaakvol ingrediënt in de gerechten zorgt (zeepannen, www.marais-salant.com), naar de walvissenvuurtoren (Le phare de Baleines, www.lepharedesbaleines.fr). Deze vuurtoren van 1854 is met zijn 57 meters de hoogste van Frankrijk. Om onszelf met een exceptionnelle uitzicht over het eiland en oceaan te belonen moeten we wel de courage hebben de 257 treden te beklimmen. Het eerste vuurbaken dateert van 1682 en is geklasseerd als historisch monument. Er is ook een museum en de souvenirshops verkopen zeezout.
Een ander landmerk is de klokkentoren van Ars aan de rand van de zoutpannen. Als een scherpe naald priemt de zwart-wit geschilderde, puntige kerktoren omhoog.
Een tweede stop deden we in Saint-Martin-de-Ré (www.saint-martin-de-re.fr). Aanbevolen bezoek. Haven en stad zijn omsloten door een versterkte militaire omwalling. Omdat Ré een strategisch eiland was, door haar rijkdom aan zout en de nabijheid van het vasteland, beschikt het over een uitzonderlijk militair erfgoed. In de 12de eeuw werd het door koning Louis XIII en Richelieu getransformeerd, later afgewerkt door Louis XIV en Vauban, in een onneembaar militair bolwerk. Nog twee andere militaire bolwerken, de burcht van La Prée en de Redoute de Rivedoux, openden hun deur en nodigden uit tot een reis door de turbulente geschiedenis van het eiland.
We reden langs La Flotte, een gezellig plaatsje met jachthaven. Het leek bij ons bezoek uitgestorven, de storm was hier allicht niet vreemd aan. Jammer. We verlieten uitgewaaid het eiland, de godin van de zee en van onze droomvakantie, en reden naar La Rochelle.


La Rochelle .


Toegang tot de Oude Haven

Na wat sukkelen vonden we parking in de Emplonade de Park. Deze parking heeft een gedeelte dat voorbehouden is voor motorhomes. Ook is er de mogelijkheid tot vidange (van 2 maart tot 30 november). De parking is gratis en op vijf minuten lopen tot Place de Verdun, waar autobussen naar andere bestemmingen genomen kunnen worden. Een wandeling via de Rue du Palais met zijn arcadehuizen is verkieslijker. Je komt zo uit in de oude stad en Vieux Port. Deze oude haven met zijn twee versterkte toegangstorens, die de haven konden afsluiten door middel van een ketting, is fotogeniek. Het doet je ongewild denken aan de ‘romantische’ tijd van de onverschrokken kapers en ontdekkingsreizen naar exotische horizonten. De lantaarntoren (12de - 15de eeuw) diende niet alleen als landmerk, maar ook als gevangenis. Meer maritieme geschiedenis krijg je te verwerken in het vlottende Musée Maritime (www.museemaritimelarochelle.fr)
******






Terugblik
De Pyreneeën .
We hadden er vier maanden een kluif aan om de 450 kilometerlange aardeoprisping, die de barrière uitmaakt tussen Spanje en Frankrijk af te leggen. Deze trip deden we in de‘rijgsnoermethode’ vanaf de Atlantische Oceaan (Bayonne, Golf van Biskaje) tot aan de Middellandse Zee (Cadaquès).
De Franse Pyreneeën bestaan uit: Atlantiques (Pays Basque. Onderverdeeld in Labourg, Basse Navarre en Soule), Centrale (Hautes Pyrénées en Haute Garonne), Ariège en Orientales.
Andorra.
De Spaanse Pyreneeën bestaan uit drie delen: Navarra, Aragon en Catalonië.
Bayonne, Biarritz en St.Jean de Luz werden toeristisch bezocht (www.bayonne-tourisme, www.biarritz.fr) en daarna klommen we de heuvels op.
Ons eerste ‘rijgsnoer’ kwam eraan doordat we simpelweg de weg kwijt waren! We beschikten over een Franse Michelinkaart, waar de steden in het Frans aangeduid zijn. Frans-Baskenland is, zoals zijn Spaanse evenknie, tweetalig. Op de Franse richtingsborden waren de Franse plaatsnamen met zwarte verf beklad. Baskisch kwam niet voor op de Carte Routières en we sukkelden ‘across the hill’ ergens in Vera de Bidasoa, op Spaanse bodem.




Omdat je met een motorhome altijd je bed mee hebt, maakten we ons geen zorgen en reden we maar meteen door naar Donostia (San Sebastian, bijnaam Belle Easo, 180.000 inw.). In deze ‘Parel van de Atlantische Oceaan’, die ze hier hardnekkig de Cantabrische Zee noemen, vonden we zo meteen geen geschikte overnachtingsplek langsheen de Baai de la Concha. Wel in Igueldo, een doodlopende straat ten westen van Donostia, op een parking aan een fronton. Een fronton is een muur waar de Basken hun nationale sport Pelote, een soort oefentennis met rieten korf i.p.v. racket, tegenaan kaatsen.


Pelote Basque
Van 1 tot 10 oktober 2010 heeft er in Pau/ Oloron Sainte-Marie en Lescar een gebeurtenis plaats om in je agenda aan te tekenen: het wereldkampioenschap van de Pelote Basque (www.pelote-2010.fr ).

We overlopen enkele voorname trekpleisters van west naar oost met enkele anekdotes.
De Baskische Rivièra, de groene Costa
Met zijn 235 kilometerlange kust van Hondarribia, vlakbij de Franse grens, tot Bilbao is het een aaneenschakeling van prachtige stranden en gezellige vissersdorpjes. Een van de populairste, maar ook een van de elegantste stranden is Zarautz (surfplek). Tussen Zarautz en Lekeitio liggen nog vele zandstranden, zoals de Playa de Saturraran bij de vissershaven Ondarroa (www.basquecountry-tourism.com).
Guernica
In 1936 platgebombardeerd door de Luftwaffe, de Duitse bondgenoten van Generalissimo Franco ‘el Caudilllo’, die een handje kwamen helpen bij het uitmoorden van de helft van zijn landgenoten (vermaard door een schilderij van Picasso). Het was meteen ook een terroristische oefening om later aan beide kanten burgerdoeleinden plat te gooien (Londen, Dresden, enz.).
Enkele kilometer ten oosten van Bilbao ligt het door de Unesco beschermde vogel- en biosfeerreservaat van Urdaibai.

Pamplona
Gekend door de pelgrims op doortocht naar Santiago de Compostela en om de stierenloop van de Sanferminesfeesten. Dit befaamde achtdagendurend volksfeest, van 6 t/m 14 juli, ter ere van de patroonheilige is beroemd vanwege de om klokslag acht uur ’s morgens opgejaagde stieren, die doorde nauwe straten naar de arena, de encierro, racen. Hierbij riskeren honderden waaghalzen hun hachje door net voor de horens van de stieren te spurten. ’s Avonds worden de stieren dan gedood in een traditioneel stierengevecht. Ernest Hemingway wist dit in zijn roman The sun also rises treffend te beschrijven.
Puerto de Somport en Jaca
Jaca, hoofdstad van Jacetania en duizend jaar lang van het koninkrijk Aragon; tegenwoordig is deze plaats een belangrijk toeristisch middelpunt en bevolkingscentrum. De Romaanse kathedraal van San Pedro en voornamelijk de Citadel, gebouwd in opdracht van Filips II ,treken de aandacht. Het is ook een doortochtweg van de Santiagopelgrims.
Op enkele kilometers afstand van Jaca bevindt zich, verscholen onder roodachtige rotsen, San Juan de la Peña, het beroemdste klooster van Aragon en volgens de overlevering de bakermat van de reconquesta (herovering van Spanje op de Moren). In de Middeleeuwen was dit het machtigste Aragonese klooster en het heeft dan ook gediend als pantheon van de koningen van Aragon, tot aan Pedro I.

Het spookstation van Carfranc
Daar werden enkele scènes voor de film Dokter Zhivago opgenomen, daarna heerste er doodse stilte over het 250 meter lange perron. Estacion Canfranc, werd, meer dan duizend meter hoog in de Spaanse Pyreneeën, gebouwd begin vorige eeuw. Het verbond Madrid via een rechtstreekse lijn met Parijs. Door de Spaanse Burgeroorlog die daarop volgde, kwam het treinverkeer stil te liggen. Franco sloot de acht kilometerlange tunnel af om vijandelijke infiltraties vanuit Frankrijk te voorkomen. In de Tweede Wereldoorlog werd het nog gebruikt als doorvoerstation om o.a. vanuit Spanje de oorlogsindustrie van Hitler van ijzererts te bevoorraden. De nazi’s betaalden met 87 ton buitgemaakt goud. In 1970 maakte een treinongeval voorgoed een einde aan de internationale spoorlijn. Een op hol geslagen goederentrein had de spoorbrug in L’Estanquet vernield. De tunnel werd daarna door de universiteit van Zaragoza als laboratorium voor nucleaire experimenten gebruikt.
Lourdes
Frankrijks bekendste bedevaartsoord is ook de toegangsweg naar de Col d’Aubisque de Tourmalet en de Cirque de Gavarnie.
Nationaal Park van Ordesa y Monte Perdido
Hoogste punt van de bergketen is el Pico de Aneto 3.408 m. Vanaf de parking is er een wandelpad dat de wandelaars naar de indrukwekkende watervallen leidt en doorloopt tot aan het Circo de Soaso met de waterval Cola de Caballo, de oorsprong van de rivier Arazas (www.turismodearagon.com).
Parque nature zona Volcanica Garrotxa

La Seu d’Urgell heeft een middeleeuws aandoende binnenstad. Het biedt een kunstzinnig oud centrum met door zuilengangen omgeven straatjes. De schitterende kathedraal is in Lombardische Romaanse stijl. De diefstal van de romaanse kloostergangen beschreven we al in hoofdstuk De Pyreneeën.
We gingen voor anker op een ruime parking en bezochten de binnenstad. In een café nuttigden we wat en wandelden daarna terug naar de parking. Ik kwam tot de vaststelling dat ik mijn rugzak in het café vergeten had en we gingen terug. Café gesloten en ‘s anderendaags was het sluitingsdag. Op ons gebonk kwam niemand opdagen.
We vroegen de weg naar de politiepost en legden het geval uiteen. Neen, niemand had een rugzak binnenbracht. Behalve mijn camera zat er weinig van waarde in, maar we besloten toch te blijven. Twee nachten?
Andorra lag om de hoek, twee kilometer verder. We besloten daarheen te rijden en daarna zouden we nog wel zien (www.andorra.ad). De enige weg van betekenis is de CG2 die het ministaatje doorsnijdt. Andorra la Vella is de hoofdstad. Het land leeft van bergtoerisme (wintersport en wandelen in de zomer). Het staat ook bekend om goedkoop ‘tax free shoppen’, maar de douane ligt op de loer en leeft er dus ook van! Op onze terugreis naar Spanje werd onze zwerfauto bijna gesloopt door overijverige dienstkloppers.
En nu de clou. Toen het café weer open was, vertelde de waardin ons doodleuk dat ze onze rugzak netjes in het politiekantoor afgeleverd had.
Andorra
In Andorra zelf is er maar een doorlopende hoofdbaan (de CG2 Frankrijk - Spanje en andersom). Andere wegen lopen tegen de bergen dood.
Reisroute: Vanuit Frankrijk: N20-E9 naar l’Hospitalet-prés-l’Andorre, N320, Pas de la Casa en de col ‘Port d’Envalira’ met een hoogte van 2.409 m. naar de hoofdstad Andorra la Vella. Een tweede mogelijkheid vanuit Frankrijk is: vanuit Bourg-Madame (N20-E9) en door de Tunnel de Puymorens naar de Pas de la Casa.
Vanuit Spanje: La Seu d’Urgell (N145) naar Sant Julia de Loria en Andorra la Vella.
Pyrenees-Cerdogne
Héliodyssée, is de grootste zonneoven van de wereld, Odeillo/Font-Romeu (www.foursolaire-fontromeu.fr) en het kleine Gele Treintje, de hoogste geëlektrificeerde spoorlijn van Europa.
Llivia is een Spaanse enclave in Frankrijk. Er is weinig te beleven.
Aude, Het land van de Katharen
De Katholieke Kerk toonde zich hier van haar minst mooie kant. De clerus, van dorpspastoor tot kardinaal, leefde toen als God in Frankrijk, bouwde feestjes en braspartijen en hield er links en rechts wat concubines op na. Het waren de vrouwen die zorgden voor de snelle verspreiding van het Katharisme: hierin zagen ze een middel om van onder het seksistische juk van het christendom te kruipen. De Kathaarse leer was een mix van katholicisme met de Perzische filosofie van Zoroaster. Door opeenvolgende wedergeboortes kon de mens zichzelf geestelijk zuiveren tot een volmaakt wezen.
Onder beschuldiging van ketterij werden ze uitgeroeid en eindigde een episode van vredige samenleving op de brandstapel. Wat rest zijn de burchtruïnes.
Er bestaat een Nederlandstalig tijdschrift ‘Aude, ‘KatharenLand’ (www.audetourisme.com, documentation@audetourisme.com ), een studiecentrum “Als Catars vzw”(www.katharen.be) en 19 sites van Katharenland (www.payscathare.org).
De huidige GR107, naar het drielandenpunt Portella Blanca, Bellver, Baga naar Berga (eindpunt van de GR107) en de GR7 door Andorra waren in die tijd de wegen waarlangs de ketters door de Catalaanse Cerdanya naar Spanje vluchtten voor de Inquisitie www.camidelsbonshomes.com, www.sentiers-pyrenees.com/bonshommes.htm .
Carcassonne
De indrukwekkende Cité Médiévalle is een volledig ommuurde, nog bewoonde vesting: een groot stenen “Boek”, dat de herinnering aan een indrukwekkend verleden van meer dan twintig eeuwen bewaart. Het heeft tweeëntwintig torens, twee ringmuren en drie km lange vestingmuren.
Volgens de overlevering zou een Moorse vrouw Carcas het in haar eentje verdedigd hebben tegen Karel de Grote. Om de indruk te geven dat zij niet alleen was, maar omringd door een legerschare, bootste ze het getrompet van olifanten na. Voilà Carcassonne.
Cap de Creus, Catalaanse kust en het uiterste oosten van Spanje www.catalunyaturismo.com, www.campingscatalunya.com.

Praktische Informatie .
Frankrijk

Websites: www.monuments-nationaux.fr, www.iledere.fridécouvririles.plages, www.thalasso.net. kitesurfen: www.philovent.com.
Aquitaine, Landes (40) (www.tourisme-aquitaine.fr, www.tourismelandes.com) .
Pyreneeën
Pyrénées-Atlantiques (64) met Pays Basques: www.tourisme-aquitaine.fr
Midi-Pyrénées: www.tourisme-midi-pyrenees.com, Tour de France bergpassenroutes met o.a. de legendarische ‘Col de Tourmalet’.
Hautes-Pyrénées (65): Lourdes, het keteldal Cirque de Cavarnie, Nationaal Park van de Pyreneeën (www.parc-pyrenees.com) , de route over de bergtoppen, de adelaars Donion, de grotten van Gargas.
Haute-Garonne (31): Saint-Bertrand-de-Comminges,Luchon, Revel, Saint-Beat, Saint-Felix-de-Lauragais, Rieux-Volvestre, www.tourisme31.com, www.resa31.com
Ariege-Pyrénées (09): Foix, le Mas d’azil, het katharisme en kasteel van Montségur www.entredeuxmers.com), Saint-Lizier, Mirepoix, het prehistorische Sabarthes, www.ariegepyranees.com..
Pyrénées-Cerdogne: www.font-remeu.fr, www.pyrenees-cerdagne.com.
Pyrénées-Orientales (66):
Frans-Baskenland: www.tourisme64.com, Sites en (Frans-)Baskische musea: www.sitesetmuseesenpaysbasque.com, Béarn: www.tourisme64.com, voor sportvissers: www.pech64.com, La Rhune: www.rhune.com, Gorge van de Kakuetta: www.sainte-engrace.com. (Frans-)Baskische Pyreneeën: www.pyrenees-basques.com.

Spanje


Voetnoten
(*1) Overnachtingplaatsen Motorhomes:
Bilbao: Monte Kobeta 31, 72 plaatsen à 15 euro/dag. Max 3 dagen. Open van 22 juni tot 15 september.
San Sebastian: Autokarabanak aan de unifcampus, ‘s zomers 6 euro, ‘s winters 3 euro/dag. Max. 2 dagen. 43’18”28.13 N/ 2’0’51.50W

zaterdag 17 oktober 2009

26. Cantabrië
Het heeft 200 km lange kust met een 70-tal stranden. Als je 25 km het binnenland ingaat stijgt het terrein van zeeniveau tot een hoogte van meer dan 2.500 m. We zijn in Cantabrië aangekomen. Een autonome deelstaat van Spanje met een bevolking van 5 miljoen zielen. 2 miljoen leven en werken ervan in Santander. Klein landje maar het geeft een hele wereld te bieden. Een geweldige orografie: de ruimte tussen het hooggebergte en de zee vertoont een breed spectrum van landschappen, een afwisseling van bergtoppen, bossen, rivierdalen, grote grasvlakten en bergen, stranden en kliffen met baaien, kreken en riviermonden (www.turismodecantabrica.com).
We bezochten enkele bezienswaardigheden:
Santillana del Mar
We betaalde €2 (toda dia) om op de parking Plaza del Rey te mogen staan. Nu, ja, voor een Koninklijke plaats moet men er wat over hebben! Overnachten in onze zwerfwagen mocht niet. Nu goed. We verschoven onze bezitting ’s avonds dan maar naar de overkant van de straat en sliepen daarvoor ook niet slechter aan het Campo del Revolco, zoals het pleintje hete.
Santillana de Mar is een goed geconserveerd middeleeuws stadje, en erg in trek bij touroperators die het steevast in hun reispakket opnemen. Talrijke toeristenbussen rijden er dan ook op en aan. Ieder huis lijkt we de een of andere boetiek, ambacht, souvenirshop, restaurant of cidreria (ciderhuis) te herbergen. De straten zijn kinderkopjes. De huizen, stadhuis, palacio’s en de parador zijn opgetrokken in natuursteen.
_______________________
Een van de best bewaarde
feodale plaatsen van Spanje
Ook de buiten het centrum gelegen hotels en pasada’s doen er vrolijk aan mee. Business as useall. Toch is het stadje (maar enkele straten groot) een van de best bewaarde feodale plaatsen van Spanje. Een tijd was het zelfs regionale hoofdstad en het torst een rijk, welvarend verleden met zich mee.
Voor bezoek aan de romaanse Santa Juliana collegiale kerk en klooster, waar relieken van haar bewaard worden, moet je wel €3 ophoesten.
Altamira
17 jaar geleden was ik hier al eens. Toen mochten 40 bezoekers per dag de wereldberoemde grot in. Nu niemand meer. Wel is er een hypermodern museum in de plaats gekomen met reproducties van de originele beschilderde grotten. Deze verbaasden de artistieke wereld wat de schilderskunst betrof van onze verre voorouders. Dat het dan allemaal nog met een primitief olielampje van gebakken aarde en liggend op de rug als Michaelo Angelo in de Sixtijnse kapel deed, maakt de kunstwerkende nog raadselachtig. De dieren zijn verbazend realistisch uitgebeeld. Behalve een handafdruk komen er afbeeldingen van mensen niet op voor.
________________________
Liggend op de rug als
Michaelo Angelo in de Sixtijnse kapel

Santander
In deze drukke hoofdstad van Cantabrië vonden we parking aan het Museo Maritimo del Cantabria (MMC). Er zijn ook enkel strandjes met de gekke namen als: Playa de Peligro (gevaarlijk strand) en Playa de Bikinis (…). Het voornaamste strand van Santander is Sardinero. Hier staat ook het casino en dat wil al veel zeggen (*1).
In de zomermaanden rijdt bus 14 van het Maritiem museum naar het centrum en toert er ook een toeristenbusje met 7 stopplaatsen aan evenveel belangrijke bezienswaardigheden. Ticket geldig voor 2 dagen.
___________________
halsbrekende acrobatische toeren
Playa de Perigro is zeer in trek bij Kitesurfers. We waren dan ook getuige hoe deze kerels halsbrekende acrobatische toeren uithaalden met hun surfplank.
Camino de Santiago
Als deze plaatsen aan zee zijn tevens stopplaatsen voor de pelgrims naar Santiago de Compostela. Camino Costero de Santiago werd toentertijd veelvuldig gebruikt omdat de Camino Francés te gevaarlijk was geworden door de invallen van de moslims. Het is niet zo druk belopen maar we kwamen toch regelmatig pelgrims tegen die over de N-634 en N-632 liepen. Een groep Fransen dat we spraken waren al vanuit Le Puy 65 onderweg met een bemiddelt van 25 km per dag. Fier wist ik het hoofd van de groep te vertellen dat in de Camino Francés ook al eens had afgetrippeld. Hij was niet onder de indruk: “heb ik al vijf keer gedaan.”
Laredo
Deze zeestad maakte zich op om de Bayrischen Bierfeste na te apen. Ze hadden er wel een andere naam voor gekozen: Festival Europeo de la Cerveza. Hoofdsponsor was de Paulaner brouwerij (www.festivaleuropeodelacerveza.com).
_______________________
Keizer Karel zag
het niet meer zitten
Een ander feest is dit van de bij ons geboren Gentenaar Carlos V (Keizer Karel). Wegens een verkeer ingeschatte navigatiefout landde hij hier per excuus met al zijn hele hebben en houden op het verkeerde strand (Playa de Salvé). Ook deze gebeurtenis wordt hier jaarlijks herdacht met de nodige doedelzakgejank en tromgeroffel. Keizer Karel zag het niet meer zitten. Van ouderdom en ziek nam hij zijn intrek in een klooster om voor de rest van zijn dagen in rust te slijten. Dat hij de ‘drieoorse’ bierpot van Olen had meegenomen, is mij onbekend!
De route van de keizer, die deze in 1556 nam (*2), wordt nog altijd terug met een voettocht overgedaan. Deze wandeltocht start vanuit de haven van Laredo en loopt tot Medina de Pomar.
Aan het strand van Ostende
De laatste nacht in Cantabrië zouden we doorbrengen aan het strand van Ostende. Neen, niet in de Vlaamse Koningin der badsteden maar wel in Castro Urdiales.
Even verbaasd als u staken we ons licht op in de plaatselijke VVV. De vriendelijke juffrouw, die tussen haakjes perfect Engels sprak, kon ons uitleggen dat er inderdaad een connectie bestond met de Vlaamse zeestad: Vreemde badgasten in de 19de eeuw, meestal Engelsen, hadden het alsmaardoor over beautyfull Ostende aan de Belgian Coast en zodoende kreeg dit kleine strandje, geklemd tussen de Alto de San Andres en het schiereiland waar vroeger de oude vesting stond - nu nog met kasteelvuurtoren en St.-Mariakerk - haar naam te danken.
____________________________
Ik had het geluk er een zestal
van vlees en bloed te mogen fotograferen
Op de visserskaai staat een uit steen gehakt standbeeld van twee netten breiende vrouwen. En warempel ik had het geluk er een zestal van vlees en bloed te mogen fotograferen bij hun bezigheid.
Op het tijdstip van ons bezoek was Castro Urdiales ook druk in de weer om haar imago van tweede Oostende op te poetsen. De Paseo Maritimo mag gezien worden. Het viel meteen ook in de smaak bij de Senegalezen, die er dan ook dankbaar gebruik van maakten en er Sjacossen en blinq-blinq horloges aan de man/vrouw trachten te slijten.
**********
(*1) Santander is kandidaat, met vier andere Spaanse steden waaronder San Sebastian, voor Europese Culturele Hoofdstad, 2016. De bevolking mag meestemmen. De finale is voorzien voor 2011. Dan mag de winner zijn mouwen opsloven en beginnen aan een grondige poetsbeurt van zijn geliefde stad.
(www.santander2016.eu en www.sansebastian2016.com).
(*2) deze Marcha a pie werd voor de tiende maal ingericht en loopt (met de medewerking van deze gemeenten) over Colindres, Limpias, Ampuero, Rasines, Ramales, Lanestosa, Saba naar Medina de Pomar. In 2009 was dit feest, dat uitbundig gevierd wordt, op 17 en 18 oktober.
Websites
www.spain.info
Grotten: www.cuevasdecantabria.es, www.museodealtamira.es, www.museodealtamire.mcu.es.
Cantabrië: www.turismodecantabria.com. Musea: www.culturadecanrabria.com.
© www.camperreiswegwijzer.com.

woensdag 14 oktober 2009

26. Cantabrië

25. Groen Spanje
Zeegrotten
Ten westen van Ribadeo, richting A Coruna (N-634), bevindt zich langsheen de grillige Cantabricaanse kust een uniek natuurgebied: As Catedrais. In het Nederlands best te vertalen als De Kathedralen. Het bestaat uit zeegrotten, die zich met de jaren diep in de verticale rotswand hebben geboord en arcades, als steunberen die de leisteenklippen op hun plaats moeten houden. Om niet verrast te worden door het opkomende water bezoek je het best van op het strand met afgaande tijd deze spelonken (*).
Wij volgden alvast vanuit Vilaselar (Ribedeo) de Ruta de las Playas, een smalle door de velden slingerende kustweg. Het deed ons meteen denken aan Bretagne. We moesten door het kleine vissersdorpje Rinlo met nauwe straatjes en een brug over van max. 2 meter breedte (niet geschikt voor grote campers. Je volgt best de weg N-634 tot afslag naar Playa de os Castros).
Een eerste overnachting deden we dan ook op de parking van Playa de os Castros. Dit is een spiksplinternieuwe aanleg van 2008 met toiletten en de mogelijk tot het nemen van douches. Dit strand beschikt als voorsmaakje al over één arco (arcadeklip). Playa de as Catedrais (of O Playa de Augasantas) is vijf kilometer verderop.
Miramar
Ook deze in 2003 aangelegde parking beschikt naast een restaurant over de nodige aseos. Een klein probleempje. De wc’s waren gesloten op deze van de gehandicapten na. Als na traditie was ook dit slot kapot en waaide met het minste zuchtje de stalen deur terug wagenwijd open. Proper dat wel en flinterdun wc-papier aanwezig, maar dat slot bleek maar niet te herstellen. Wij bleven er drie dagen en dat moet je wel eens wat …
De wc-deur staat aan de zeezijde en met open deur heb je zo van op de plee een prachtige miramar (zicht op zee). Problematisch wordt het als een tourbus zijn lading toeristen op de parking loslaat en een sliert vrouwen met gespannen blaas zich opdringen voor de plasbeurt. Daar zit je dan lekker op je troon met aanschouwing van al je familiejuwelen.
Een mens is vindingrijk. Gewapend met een driemeters lange koord begaven we ons voor de volgende ontlasting naar het toiletten, knoopten het vast aan de deurklink, trokken het hard aan en sloegen het met een dubbele steek vast aan de armsteun naast de wc-pot, waarover gehandicapten wc’s altijd beschikken. En laat ze nu maar snokken aan die deurklink!
Asturia
Deze autonome deelstaat heeft 300 km kust en evenveel stranden. Toch zijn het de Picos de Europa, een bergketen gevormd door de Cordillera Cantabrica, dat het land afscheid van de rest van Spanje en hierdoor haar eigen identiteit geeft kunnen behouden. De prehistorie is hier dan ook nog zichtbaar in enkele grotten met Paleolithicum rotstekeningen.
Om vanuit Lugo naar de hoofdstad Oviedo te komen moet je een serieuzer omweg via Ribadeo maken. Het is van hieruit, deze onherbergzame wildernis, dat de reconquesta, geleid door de legendarische Pelayo, ook zou begonnen zijn om de Moren, mores te leren en het Iberische schiereiland uit te schoppen.
De Picos met hoogten van meer dan tweeduizend meters laten zich niet kennen en dat hebben we geweten. Bij ons bezoek aan het heiligdom van Covadonga, hadden we het lumineuze idee opgevat even deze bergwand op te rijden. Er loopt een goed berijdbare baan naar de enkele bergmeren (Lago Enol en Lago la Ercina).
Boven was er parking. Omdat onze auto langer is dan de doorsnee personenauto en met zijn achterste nog op het rijvak uitstak, plaatste ik de voorvielen op enkele stenen die het einde van de parking, zoals bij trottoirs, afbakende. Een plat band was het resultaat! De stenen bestonden uit silex, zo scherp als een mes en sneden zo door onze rechtervoorband heen. Daarmee zaten we ook onwrikbaar vast. Het voertuig kon niet meer achteruit geduwd worden. We maakten deel uit van de Picos.
Bel de Wegenhulp en die komen je zo van je miserie verlossen! Je bent in Spanje. Hoe leg je dat uit? Er reden enkele taxi’s met toeristen de berg op die beter financieel bevoordeeld waren dan wij. Een taxi huren voor een halve dag kost ook niet niks. Enfin. Wij klampten een taxidriver aan met de bede: “por favor”, een takelwagen op te bellen. En u maar hopen dat die zo vriendelijk was dit ook te doen. Niet dus!
Uren verstreken en er gebeurde niets. De zon begon al aardig dicht de aarde te naderen en wij maakten ons al op hierboven noodzakelijk te moeten overnachten.
Toen kwam er een takelwagen naar boven. De chauffeur zocht niet ons maar een andere klant die met de noorderzon verdwenen bleek. We kwamen in gesprek en hij besloot ons dan maar te helpen.
De manier waarop we gestrand waren was het onmogelijk het geheel op te krukken en met de takelwagen langsheen te manoeuvreren. De ene kant van de weg was afgrond zonder vangrails, de andere bergwand. Wij zaten muurvast op de silexsteen. Er zat niet anders op dan deze met hamer en beitel – die wij in de auto hebben om fossielen los te kappen – te lijf te gaan. Silex is hard als glas en springt alle richtingen uit bij het in stukken kappen. De prehistorische mens maakte zijn werktuigen op een ander verstandiger manier. Wij hadden geen keus. Tot bloedens toe bleven we elkaar aflossen tot de auto met mankracht achteruit kon gesleept worden naar de straat. Pas daarna kon gedacht worden aan het opladen en de berg afrollen.
Er moest een nieuwe band besteld worden en dat kon pas ’s anderdaags. Het was inderdaad zondag en wij zouden het in de Picos drie dagen langer moeten uitzingen voordat we een nieuwe band konden bemachtigen…
Luarca
Van uit de bergen bevloeid de Rio Negro in een spiraal het kleine vissersstadje Luarca om daarna in zee uit te monden. Met de tijd verrezen er twee strekdammen die de Puerto Pesquero moesten beschermen tegen het zeegeweld en de ranke vissersscheepjes een veilige haven boden. Wij vonden parking aan de Paseo de Marchica. Nu is de haven, naast zijn visserij, ook een toeristische trekpleister en bezit, volgens de groene Michelingids, het mooiste kerkhof van Spanje dat een nog nooit eerder geziene Point de Vue presenteert! ?
Interessant is ook te vernemen dat de streek al in de eerste eeuw door nomaden, ‘Vaqueiros’ genaamd, werd bewoond. Nu nog leven deze nog voort in de talrijke feestelijkheden, waaronder een druk bijgewoonde Vaqueiro bruiloft.
www.comarcavaqueira.com, www.ayto-valdes.net.
Cudillero
De volgende zitting gebeurde in het nog pittoreskischer havenstadje Cudillero. Hier maken de inwoners zich op afstammelingen van Vikingkrijgers te zijn. Het dorp ligt geklemd in een kloof waar de huizen, als ratten in de val, tegen de bergwanden lijken op te klauteren naar veiliger oorden. Er is in de haven een ruime parking voorzien waarvan vele camperbezitters er dan ook dankbaar gebruik van maken.
Llastres
Bij het afdalen naar Llastres volgden we de AS-527 naar het Casco Historico. Onze hartje sloeg een slag over toen we de steile bergheling afrolden. Moesten we deze weg terug naar boven? Het zou in eerste versnelling moeten gebeuren. De afdaling naar de haven bleek helemaal niet te doen. Ten andere een verkeersbord gaf verbod voor autobussen, caravans en motorhomes deze weg te nemen. We reden een eindje het plaatsje de andere richting uit en vonden al snel aan de linker kant (5 min lopen) een kleine parking boven de klippen. Lets go anker en onze bedje voor de nacht kon niet beter gekozen.
Ik bezocht het stadje. De afdaling naar de haven was inderdaad ongewoon gevaarlijk steil. Beneden: de parking klein en tot overmaat van ramp hadden zich auto’s geplaatst aan de ene (gele streep) kant van de afdaling wat het verkeer, waar ook de voetgangers langsheen moesten, er niet veiliger op maakte.
Toch was het zicht vanuit de haven op het stadje adembenemend mooi. De huizen leken wel tegen de rotswand geplakt. Als een schilderij gemaakt door een kunstenaar met een paletmes. Er in lopen bestond uit één trappenloop. Er is geen vierkante meter plat.
‘s Morgens hadden we een prachtige zonsopkomst vanuit onze staplaats boven de klippen. Het zicht gaf ons een dromerige romantische aanblik. Het exotische panorama dat zich showde op de lager gelegen Playa en de Picos de Europa, kaderde het plaatje perfect in.
Ciderparadijs
Het Ciderparadijs leek dan toch te bestaan! De Asturianen beweren namelijk: toen Adam en Eva het aards paradijs uitgegooid werden ze hier een nieuwe thuis vonden. De Bulgaren hebben daar een aannemelijk verklaring voor: Ze moesten het paradijs uit omdat Eva altijd appelmoes wou en Adam daarvoor voor stoofhout moest zorgen en alle bomen had omgehakt!
Van appelen wordt, naast appelmoes, ook cider gemaakt en dat vonden ze hier in overvloed. Eva was op slag verlost van haar appelmoesverslaving. De cider, die hier uit de fles met gestrekte arm van boven het hoofd in een lagere gehouden schuin glas geserveerd wordt, vond zij zalig!
The Dinosaur Coast
Ook voor de dino’s moet het lang geleden en paradijs geweest zijn. Ze leefden hier in elk geval lang en gelukkig voor een periode van 165 miljoen jaar. 65 miljoen jaar geleden was plotseling het liedje uit. De dieren verdwenen en nogmaals 2 miljoen jaar later begon een zoogdier zich langzaam te ontwikkelen tot mens.
Het Jurasic landschap van Asturias herbergt nu nog letterlijk de sporen van deze reuze mastodonten. Tussen Kaap Torres (ten westen van Gijon) en twee km ten oosten van Ribadesella, zijn er op vele plaatsen pootafdrukken op de rotsen te ontdekken.
In Muja, 2 km van Llastres en baan naar Colunga, is er onlangs een Museo del Jurasico de Asturias geopend (www.museojurasicoasturias.com). Het gebouw bestaat uit drie grote hoofdzalen, opgetrokken als een poot van een dinosauriër. De skeletten en andere tentoon gestelde exemplaren zijn in het algemeen replica’s van bestaande vondsten, wat het geheel van de verzameling leerrijk completer maakt.
*************
www.infoasturias.com, www.orienteastur.info.
Lectuur: Guia Turistica del Oriente de Asturias, ISBN 978-84-612-5735-5. Een uitgave (enkel in het Spaans) van Fundacion Turistica y Cultur del Oriente de Asturias, 2008.
Voetnoot
(*) Lugar de Interés comunitario de la Red Europea Nature 2000, y Monumento Narural por la Xunta de Galicia.

25. Groen Spanje
Zeegrotten
Ten westen van Ribadeo, richting A Coruna (N-634), bevindt zich langsheen de grillige Cantabricaanse kust een uniek natuurgebied: As Catedrais. In het Nederlands best te vertalen als De Kathedralen. Het bestaat uit zeegrotten, die zich met de jaren diep in de verticale rotswand hebben geboord en arcades, als steunberen die de leisteenklippen op hun plaats moeten houden. Om niet verrast te worden door het opkomende water bezoek je het best van op het strand met afgaande tijd deze spelonken (*).
Wij volgden alvast vanuit Vilaselar (Ribedeo) de Ruta de las Playas, een smalle door de velden slingerende kustweg. Het deed ons meteen denken aan Bretagne. We moesten door het kleine vissersdorpje Rinlo met nauwe straatjes en een brug over van max. 2 meter breedte (niet geschikt voor grote campers. Je volgt best de weg N-634 tot afslag naar Playa de os Castros).
Een eerste overnachting deden we dan ook op de parking van Playa de os Castros. Dit is een spiksplinternieuwe aanleg van 2008 met toiletten en de mogelijk tot het nemen van douches. Dit strand beschikt als voorsmaakje al over één arco (arcadeklip). Playa de as Catedrais (of O Playa de Augasantas) is vijf kilometer verderop.
Miramar
Ook deze in 2003 aangelegde parking beschikt naast een restaurant over de nodige aseos. Een klein probleempje. De wc’s waren gesloten op deze van de gehandicapten na. Als na traditie was ook dit slot kapot en waaide met het minste zuchtje de stalen deur terug wagenwijd open. Proper dat wel en flinterdun wc-papier aanwezig, maar dat slot bleek maar niet te herstellen. Wij bleven er drie dagen en dat moet je wel eens wat …
De wc-deur staat aan de zeezijde en met open deur heb je zo van op de plee een prachtige miramar (zicht op zee). Problematisch wordt het als een tourbus zijn lading toeristen op de parking loslaat en een sliert vrouwen met gespannen blaas zich opdringen voor de plasbeurt. Daar zit je dan lekker op je troon met aanschouwing van al je familiejuwelen.
Een mens is vindingrijk. Gewapend met een driemeters lange koord begaven we ons voor de volgende ontlasting naar het toiletten, knoopten het vast aan de deurklink, trokken het hard aan en sloegen het met een dubbele steek vast aan de armsteun naast de wc-pot, waarover gehandicapten wc’s altijd beschikken. En laat ze nu maar snokken aan die deurklink!
Asturia
Deze autonome deelstaat heeft 300 km kust en evenveel stranden. Toch zijn het de Picos de Europa, een bergketen gevormd door de Cordillera Cantabrica, dat het land afscheid van de rest van Spanje en hierdoor haar eigen identiteit geeft kunnen behouden. De prehistorie is hier dan ook nog zichtbaar in enkele grotten met Paleolithicum rotstekeningen.
Om vanuit Lugo naar de hoofdstad Oviedo te komen moet je een serieuzer omweg via Ribadeo maken. Het is van hieruit, deze onherbergzame wildernis, dat de reconquesta, geleid door de legendarische Pelayo, ook zou begonnen zijn om de Moren, mores te leren en het Iberische schiereiland uit te schoppen.
De Picos met hoogten van meer dan tweeduizend meters laten zich niet kennen en dat hebben we geweten. Bij ons bezoek aan het heiligdom van Covadonga, hadden we het lumineuze idee opgevat even deze bergwand op te rijden. Er loopt een goed berijdbare baan naar de enkele bergmeren (Lago Enol en Lago la Ercina).
Boven was er parking. Omdat onze auto langer is dan de doorsnee personenauto en met zijn achterste nog op het rijvak uitstak, plaatste ik de voorvielen op enkele stenen die het einde van de parking, zoals bij trottoirs, afbakende. Een plat band was het resultaat! De stenen bestonden uit silex, zo scherp als een mes en sneden zo door onze rechtervoorband heen. Daarmee zaten we ook onwrikbaar vast. Het voertuig kon niet meer achteruit geduwd worden. We maakten deel uit van de Picos.
Bel de Wegenhulp en die komen je zo van je miserie verlossen! Je bent in Spanje. Hoe leg je dat uit? Er reden enkele taxi’s met toeristen de berg op die beter financieel bevoordeeld waren dan wij. Een taxi huren voor een halve dag kost ook niet niks. Enfin. Wij klampten een taxidriver aan met de bede: “por favor”, een takelwagen op te bellen. En u maar hopen dat die zo vriendelijk was dit ook te doen. Niet dus!
Uren verstreken en er gebeurde niets. De zon begon al aardig dicht de aarde te naderen en wij maakten ons al op hierboven noodzakelijk te moeten overnachten.
Toen kwam er een takelwagen naar boven. De chauffeur zocht niet ons maar een andere klant die met de noorderzon verdwenen bleek. We kwamen in gesprek en hij besloot ons dan maar te helpen.
De manier waarop we gestrand waren was het onmogelijk het geheel op te krukken en met de takelwagen langsheen te manoeuvreren. De ene kant van de weg was afgrond zonder vangrails, de andere bergwand. Wij zaten muurvast op de silexsteen. Er zat niet anders op dan deze met hamer en beitel – die wij in de auto hebben om fossielen los te kappen – te lijf te gaan. Silex is hard als glas en springt alle richtingen uit bij het in stukken kappen. De prehistorische mens maakte zijn werktuigen op een ander verstandiger manier. Wij hadden geen keus. Tot bloedens toe bleven we elkaar aflossen tot de auto met mankracht achteruit kon gesleept worden naar de straat. Pas daarna kon gedacht worden aan het opladen en de berg afrollen.
Er moest een nieuwe band besteld worden en dat kon pas ’s anderdaags. Het was inderdaad zondag en wij zouden het in de Picos drie dagen langer moeten uitzingen voordat we een nieuwe band konden bemachtigen…
Luarca
Van uit de bergen bevloeid de Rio Negro in een spiraal het kleine vissersstadje Luarca om daarna in zee uit te monden. Met de tijd verrezen er twee strekdammen die de Puerto Pesquero moesten beschermen tegen het zeegeweld en de ranke vissersscheepjes een veilige haven boden. Wij vonden parking aan de Paseo de Marchica. Nu is de haven, naast zijn visserij, ook een toeristische trekpleister en bezit, volgens de groene Michelingids, het mooiste kerkhof van Spanje dat een nog nooit eerder geziene Point de Vue presenteert! ?
Interessant is ook te vernemen dat de streek al in de eerste eeuw door nomaden, ‘Vaqueiros’ genaamd, werd bewoond. Nu nog leven deze nog voort in de talrijke feestelijkheden, waaronder een druk bijgewoonde Vaqueiro bruiloft.
www.comarcavaqueira.com, www.ayto-valdes.net.
Cudillero
De volgende zitting gebeurde in het nog pittoreskischer havenstadje Cudillero. Hier maken de inwoners zich op afstammelingen van Vikingkrijgers te zijn. Het dorp ligt geklemd in een kloof waar de huizen, als ratten in de val, tegen de bergwanden lijken op te klauteren naar veiliger oorden. Er is in de haven een ruime parking voorzien waarvan vele camperbezitters er dan ook dankbaar gebruik van maken.
Llastres
Bij het afdalen naar Llastres volgden we de AS-527 naar het Casco Historico. Onze hartje sloeg een slag over toen we de steile bergheling afrolden. Moesten we deze weg terug naar boven? Het zou in eerste versnelling moeten gebeuren. De afdaling naar de haven bleek helemaal niet te doen. Ten andere een verkeersbord gaf verbod voor autobussen, caravans en motorhomes deze weg te nemen. We reden een eindje het plaatsje de andere richting uit en vonden al snel aan de linker kant (5 min lopen) een kleine parking boven de klippen. Lets go anker en onze bedje voor de nacht kon niet beter gekozen.
Ik bezocht het stadje. De afdaling naar de haven was inderdaad ongewoon gevaarlijk steil. Beneden: de parking klein en tot overmaat van ramp hadden zich auto’s geplaatst aan de ene (gele streep) kant van de afdaling wat het verkeer, waar ook de voetgangers langsheen moesten, er niet veiliger op maakte.
Toch was het zicht vanuit de haven op het stadje adembenemend mooi. De huizen leken wel tegen de rotswand geplakt. Als een schilderij gemaakt door een kunstenaar met een paletmes. Er in lopen bestond uit één trappenloop. Er is geen vierkante meter plat.
‘s Morgens hadden we een prachtige zonsopkomst vanuit onze staplaats boven de klippen. Het zicht gaf ons een dromerige romantische aanblik. Het exotische panorama dat zich showde op de lager gelegen Playa en de Picos de Europa, kaderde het plaatje perfect in.
Ciderparadijs
Het Ciderparadijs leek dan toch te bestaan! De Asturianen beweren namelijk: toen Adam en Eva het aards paradijs uitgegooid werden ze hier een nieuwe thuis vonden. De Bulgaren hebben daar een aannemelijk verklaring voor: Ze moesten het paradijs uit omdat Eva altijd appelmoes wou en Adam daarvoor voor stoofhout moest zorgen en alle bomen had omgehakt!
Van appelen wordt, naast appelmoes, ook cider gemaakt en dat vonden ze hier in overvloed. Eva was op slag verlost van haar appelmoesverslaving. De cider, die hier uit de fles met gestrekte arm van boven het hoofd in een lagere gehouden schuin glas geserveerd wordt, vond zij zalig!
The Dinosaur Coast
Ook voor de dino’s moet het lang geleden en paradijs geweest zijn. Ze leefden hier in elk geval lang en gelukkig voor een periode van 165 miljoen jaar. 65 miljoen jaar geleden was plotseling het liedje uit. De dieren verdwenen en nogmaals 2 miljoen jaar later begon een zoogdier zich langzaam te ontwikkelen tot mens.
Het Jurasic landschap van Asturias herbergt nu nog letterlijk de sporen van deze reuze mastodonten. Tussen Kaap Torres (ten westen van Gijon) en twee km ten oosten van Ribadesella, zijn er op vele plaatsen pootafdrukken op de rotsen te ontdekken.
In Muja, 2 km van Llastres en baan naar Colunga, is er onlangs een Museo del Jurasico de Asturias geopend (www.museojurasicoasturias.com). Het gebouw bestaat uit drie grote hoofdzalen, opgetrokken als een poot van een dinosauriër. De skeletten en andere tentoon gestelde exemplaren zijn in het algemeen replica’s van bestaande vondsten, wat het geheel van de verzameling leerrijk completer maakt.
*************
www.infoasturias.com, www.orienteastur.info.
Lectuur: Guia Turistica del Oriente de Asturias, ISBN 978-84-612-5735-5. Een uitgave (enkel in het Spaans) van Fundacion Turistica y Cultur del Oriente de Asturias, 2008.
Voetnoot
(*) Lugar de Interés comunitario de la Red Europea Nature 2000, y Monumento Narural por la Xunta de Galicia.

25. Groen Spanje

25. Groen Spanje
Zeegrotten
Ten westen van Ribadeo, richting A Coruna (N-634), bevindt zich langsheen de grillige Cantabricaanse kust een uniek natuurgebied: As Catedrais. In het Nederlands best te vertalen als De Kathedralen. Het bestaat uit zeegrotten, die zich met de jaren diep in de verticale rotswand hebben geboord en arcades, als steunberen die de leisteenklippen op hun plaats moeten houden. Om niet verrast te worden door het opkomende water bezoek je het best van op het strand met afgaande tijd deze spelonken (*).
Wij volgden alvast vanuit Vilaselar (Ribedeo) de Ruta de las Playas, een smalle door de velden slingerende kustweg. Het deed ons meteen denken aan Bretagne. We moesten door het kleine vissersdorpje Rinlo met nauwe straatjes en een brug over van max. 2 meter breedte (niet geschikt voor grote campers. Je volgt best de weg N-634 tot afslag naar Playa de os Castros).
Een eerste overnachting deden we dan ook op de parking van Playa de os Castros. Dit is een spiksplinternieuwe aanleg van 2008 met toiletten en de mogelijk tot het nemen van douches. Dit strand beschikt als voorsmaakje al over één arco (arcadeklip). Playa de as Catedrais (of O Playa de Augasantas) is vijf kilometer verderop.
Miramar
Ook deze in 2003 aangelegde parking beschikt naast een restaurant over de nodige aseos. Een klein probleempje. De wc’s waren gesloten op deze van de gehandicapten na. Als na traditie was ook dit slot kapot en waaide met het minste zuchtje de stalen deur terug wagenwijd open. Proper dat wel en flinterdun wc-papier aanwezig, maar dat slot bleek maar niet te herstellen. Wij bleven er drie dagen en dat moet je wel eens wat …
De wc-deur staat aan de zeezijde en met open deur heb je zo van op de plee een prachtige miramar (zicht op zee). Problematisch wordt het als een tourbus zijn lading toeristen op de parking loslaat en een sliert vrouwen met gespannen blaas zich opdringen voor de plasbeurt. Daar zit je dan lekker op je troon met aanschouwing van al je familiejuwelen.
Een mens is vindingrijk. Gewapend met een driemeters lange koord begaven we ons voor de volgende ontlasting naar het toiletten, knoopten het vast aan de deurklink, trokken het hard aan en sloegen het met een dubbele steek vast aan de armsteun naast de wc-pot, waarover gehandicapten wc’s altijd beschikken. En laat ze nu maar snokken aan die deurklink!
Asturia
Deze autonome deelstaat heeft 300 km kust en evenveel stranden. Toch zijn het de Picos de Europa, een bergketen gevormd door de Cordillera Cantabrica, dat het land afscheid van de rest van Spanje en hierdoor haar eigen identiteit geeft kunnen behouden. De prehistorie is hier dan ook nog zichtbaar in enkele grotten met Paleolithicum rotstekeningen.
Om vanuit Lugo naar de hoofdstad Oviedo te komen moet je een serieuzer omweg via Ribadeo maken. Het is van hieruit, deze onherbergzame wildernis, dat de reconquesta, geleid door de legendarische Pelayo, ook zou begonnen zijn om de Moren, mores te leren en het Iberische schiereiland uit te schoppen.
De Picos met hoogten van meer dan tweeduizend meters laten zich niet kennen en dat hebben we geweten. Bij ons bezoek aan het heiligdom van Covadonga, hadden we het lumineuze idee opgevat even deze bergwand op te rijden. Er loopt een goed berijdbare baan naar de enkele bergmeren (Lago Enol en Lago la Ercina).
Boven was er parking. Omdat onze auto langer is dan de doorsnee personenauto en met zijn achterste nog op het rijvak uitstak, plaatste ik de voorvielen op enkele stenen die het einde van de parking, zoals bij trottoirs, afbakende. Een plat band was het resultaat! De stenen bestonden uit silex, zo scherp als een mes en sneden zo door onze rechtervoorband heen. Daarmee zaten we ook onwrikbaar vast. Het voertuig kon niet meer achteruit geduwd worden. We maakten deel uit van de Picos.
Bel de Wegenhulp en die komen je zo van je miserie verlossen! Je bent in Spanje. Hoe leg je dat uit? Er reden enkele taxi’s met toeristen de berg op die beter financieel bevoordeeld waren dan wij. Een taxi huren voor een halve dag kost ook niet niks. Enfin. Wij klampten een taxidriver aan met de bede: “por favor”, een takelwagen op te bellen. En u maar hopen dat die zo vriendelijk was dit ook te doen. Niet dus!
Uren verstreken en er gebeurde niets. De zon begon al aardig dicht de aarde te naderen en wij maakten ons al op hierboven noodzakelijk te moeten overnachten.
Toen kwam er een takelwagen naar boven. De chauffeur zocht niet ons maar een andere klant die met de noorderzon verdwenen bleek. We kwamen in gesprek en hij besloot ons dan maar te helpen.
De manier waarop we gestrand waren was het onmogelijk het geheel op te krukken en met de takelwagen langsheen te manoeuvreren. De ene kant van de weg was afgrond zonder vangrails, de andere bergwand. Wij zaten muurvast op de silexsteen. Er zat niet anders op dan deze met hamer en beitel – die wij in de auto hebben om fossielen los te kappen – te lijf te gaan. Silex is hard als glas en springt alle richtingen uit bij het in stukken kappen. De prehistorische mens maakte zijn werktuigen op een ander verstandiger manier. Wij hadden geen keus. Tot bloedens toe bleven we elkaar aflossen tot de auto met mankracht achteruit kon gesleept worden naar de straat. Pas daarna kon gedacht worden aan het opladen en de berg afrollen.
Er moest een nieuwe band besteld worden en dat kon pas ’s anderdaags. Het was inderdaad zondag en wij zouden het in de Picos drie dagen langer moeten uitzingen voordat we een nieuwe band konden bemachtigen…
Luarca
Van uit de bergen bevloeid de Rio Negro in een spiraal het kleine vissersstadje Luarca om daarna in zee uit te monden. Met de tijd verrezen er twee strekdammen die de Puerto Pesquero moesten beschermen tegen het zeegeweld en de ranke vissersscheepjes een veilige haven boden. Wij vonden parking aan de Paseo de Marchica. Nu is de haven, naast zijn visserij, ook een toeristische trekpleister en bezit, volgens de groene Michelingids, het mooiste kerkhof van Spanje dat een nog nooit eerder geziene Point de Vue presenteert! ?
Interessant is ook te vernemen dat de streek al in de eerste eeuw door nomaden, ‘Vaqueiros’ genaamd, werd bewoond. Nu nog leven deze nog voort in de talrijke feestelijkheden, waaronder een druk bijgewoonde Vaqueiro bruiloft.
www.comarcavaqueira.com, www.ayto-valdes.net.
Cudillero
De volgende zitting gebeurde in het nog pittoreskischer havenstadje Cudillero. Hier maken de inwoners zich op afstammelingen van Vikingkrijgers te zijn. Het dorp ligt geklemd in een kloof waar de huizen, als ratten in de val, tegen de bergwanden lijken op te klauteren naar veiliger oorden. Er is in de haven een ruime parking voorzien waarvan vele camperbezitters er dan ook dankbaar gebruik van maken.
Llastres
Bij het afdalen naar Llastres volgden we de AS-527 naar het Casco Historico. Onze hartje sloeg een slag over toen we de steile bergheling afrolden. Moesten we deze weg terug naar boven? Het zou in eerste versnelling moeten gebeuren. De afdaling naar de haven bleek helemaal niet te doen. Ten andere een verkeersbord gaf verbod voor autobussen, caravans en motorhomes deze weg te nemen. We reden een eindje het plaatsje de andere richting uit en vonden al snel aan de linker kant (5 min lopen) een kleine parking boven de klippen. Lets go anker en onze bedje voor de nacht kon niet beter gekozen.
Ik bezocht het stadje. De afdaling naar de haven was inderdaad ongewoon gevaarlijk steil. Beneden: de parking klein en tot overmaat van ramp hadden zich auto’s geplaatst aan de ene (gele streep) kant van de afdaling wat het verkeer, waar ook de voetgangers langsheen moesten, er niet veiliger op maakte.
Toch was het zicht vanuit de haven op het stadje adembenemend mooi. De huizen leken wel tegen de rotswand geplakt. Als een schilderij gemaakt door een kunstenaar met een paletmes. Er in lopen bestond uit één trappenloop. Er is geen vierkante meter plat.
‘s Morgens hadden we een prachtige zonsopkomst vanuit onze staplaats boven de klippen. Het zicht gaf ons een dromerige romantische aanblik. Het exotische panorama dat zich showde op de lager gelegen Playa en de Picos de Europa, kaderde het plaatje perfect in.
Ciderparadijs
Het Ciderparadijs leek dan toch te bestaan! De Asturianen beweren namelijk: toen Adam en Eva het aards paradijs uitgegooid werden ze hier een nieuwe thuis vonden. De Bulgaren hebben daar een aannemelijk verklaring voor: Ze moesten het paradijs uit omdat Eva altijd appelmoes wou en Adam daarvoor voor stoofhout moest zorgen en alle bomen had omgehakt!
Van appelen wordt, naast appelmoes, ook cider gemaakt en dat vonden ze hier in overvloed. Eva was op slag verlost van haar appelmoesverslaving. De cider, die hier uit de fles met gestrekte arm van boven het hoofd in een lagere gehouden schuin glas geserveerd wordt, vond zij zalig!
The Dinosaur Coast
Ook voor de dino’s moet het lang geleden en paradijs geweest zijn. Ze leefden hier in elk geval lang en gelukkig voor een periode van 165 miljoen jaar. 65 miljoen jaar geleden was plotseling het liedje uit. De dieren verdwenen en nogmaals 2 miljoen jaar later begon een zoogdier zich langzaam te ontwikkelen tot mens.
Het Jurasic landschap van Asturias herbergt nu nog letterlijk de sporen van deze reuze mastodonten. Tussen Kaap Torres (ten westen van Gijon) en twee km ten oosten van Ribadesella, zijn er op vele plaatsen pootafdrukken op de rotsen te ontdekken.
In Muja, 2 km van Llastres en baan naar Colunga, is er onlangs een Museo del Jurasico de Asturias geopend (www.museojurasicoasturias.com). Het gebouw bestaat uit drie grote hoofdzalen, opgetrokken als een poot van een dinosauriër. De skeletten en andere tentoon gestelde exemplaren zijn in het algemeen replica’s van bestaande vondsten, wat het geheel van de verzameling leerrijk completer maakt.
*************
www.infoasturias.com, www.orienteastur.info.
Lectuur: Guia Turistica del Oriente de Asturias, ISBN 978-84-612-5735-5. Een uitgave (enkel in het Spaans) van Fundacion Turistica y Cultur del Oriente de Asturias, 2008.
Voetnoot
(*) Lugar de Interés comunitario de la Red Europea Nature 2000, y Monumento Narural por la Xunta de Galicia.

zaterdag 10 oktober 2009

24. Xacobeo

24. XACOBEO
Waar waren we ook alweer gebleven? Rias Baixos.
We wierpen nog een laatste blik op de eindeloze watervlakte aan de vuurtoren van Corrubedo voordat we aan ons eigenlijk werk begonnen: El Camino.
We reden naar Santiago de Compostela om ons over het parcours te informeren. Sint Jacob, in het Spaans San Tiago maar in het Galiciaans Xacobeo, el Matamoros (de Morenslachter), viert in 2010 zijn naamdag op een zondag. Daarmee is het ganse jaar dan ook heilig verklaard. Voor de volgende Heilig Jaar moet je wachten tot 2021. In de kathedraal (www.catedraldesantiago.es) waren ze druk bezig aan het uitvoeren van herstel en verfraaiingwerk. Voor de rest lag de stad er gewoon wekelijks bij zoals we het 10 jaar geleden hadden verlaten. Horden pelgrims tsjoekten vermoeid maar met een gelukkige glimlach door de smalle straatjes op zoek naar het Secretariaat voor afhaling van hun Creanciale. Het ultieme bewijs dat je de oeroude pelgrimsweg godvruchtig had afgelegd volgens de regels. Na voorlegging van het afgestempelde boekje werden hun enkele linke sluwe vragen gesteld. Degene die domweg antwoordde dat ze het uit sportieve geste deden, konden fluiten naar hun papierke!
Op een zonnig terrasje spraken we met de Duitstalige Zwitser Max. Hij had de weg met de fiets afgebolt in 25 dagen. Geen Spaans sprekende had hij dan ook praktisch met niemand contact gehad. “Moederziel alleen met de fiets maak je geen kennissen,” verklapte hij ons, “beter te voet, zo loop je wel eens een eindje met iemand mee’. Hij klaagde ook over het stadslawaai. 25 dagen alleen op de wereld had zijn tol geëist. Hij wilde het nog uitzingen tot Finisterre. Dan keerde hij terug met de trein naar het land van dure horloges, geld witwas bankiers en speciale multifunctionele knipmessen.
De Hongaar Stanilas viel hem bij. Ook hij was moederziel alleen uit het thuisland vertrokken om zijn zorgen eens op een rij te zetten. Ongelovige als hij was had hij toch in een romaans kerkje een klik in de hersenpan gekregen. “Ik was alleen,” zei hij, “met een vrouw. Deze bad en had een kaarsje aangestoken en wat in het gastenboek geschreven. Toen ze weg kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en had het gelezen. Het mens, dat ik vijfenveertig jaar schatte, had geschreven dat ze te voet naar Santiago liep in de hoop op genezing. Dat gaf me de kracht om door te zetten.”
Jörg Bosmann, een Duitser vertrokken uit Keulen, kwam met nog een sterker verhaal boven water. Hij was getuige hoe een rolstoelpatiënte door enkele pelgrims de Kruisberg werd opgedragen om haar steentje, dat ze 1.300 km van thuis had meegenomen, op de hoop te gooien.
Het is traditie dat pelgrims op weg naar Santiago de Compostela van ‘t huis uit een kei (niet te groot wegens het al te torsen meesleurende gewicht) om het op een berg (ergens tussen Foncebadon en Manjarin 1.490 meter hoog) te gooien, waar bovenop een lange onnozele vijfmetershoge houten staak het kleine la Cruz de Ferro staat. Heel de Camino zit vol met deze fratsen! Geloof- en bijgelovige rituelen.
O Cebreiro
We reden tot O Cebreiro, de Galiciaanse grens met de deelstaat Leon. Van hieruit was het nog 150 km lopen naar het einddoel. O Cebreiro is een oud Keltische nederzetting met een tiental granieten huizen en pallozas (ronde natuurstenen hutten met strooien daken.) Ze worden nog in hun originele negende eeuwse staat in ere gehouden. Er is ook een kerkje waar het Heilige Graal bewaard wordt. O Cebreiro laat ons balanceren op de voorbije middeleeuwen en zijn legendes. De Romerea, die jaarlijks duizenden pelgrims trekt, heeft hier plaats begin september.
De nederzetting is niet alleen in trek bij de pelgrims maar ook toeristenbussen draaien even de nabijgelegen A6 (Madrid-A-Coruna) af om hun menselijke lading voor een snelle blik en een foto los te laten. Souvenirs koop je best hier. Ze zijn stukken goedkoper dan in Santiago de Compostela. De Refuga Pèlerin heeft een capaciteit van 92 bedden. 19 bedden zijn te bekomen in drie gasthuizen à €30-€40/2 personen.
Een natuurfenomeen
Wij doen het goedkoper. We vonden gratis parking op de picknickberg aan de Cruceiro. ’s Morgens waren we van daaruit getuige van een andere fenomeen. De streek is bergachtig. O. Cebreiro ligt op 1.300 meter hoogte. In het noorden heb je een eindeloos zicht maar voordat de zon opkomt zit je boven de melksneeuwwitte wolken en zijn nog enkel de hoogste bergtoppen als eilandjes zichtbaar.
Ik was met een Nederlandse dame druk gewikkeld in een taalkundige discussie: De Camino, loop je die of is het wandelen, stappen of marcheren? De Spanjaarden hebben het over recorrer el camino (de weg afleggen), komt er een groep Japanners de berg naar boven opgestrompeld. De leider geeft “halt” (in het Japonnees) en ze installeren zich je aan een stenen picknicktafel. Het lunchpakket wordt aangesproken. “Bon appetit”, zeg ik. “Merci”, antwoord de leider van de groep. De man spreekt warempel de taal van Brigitte Bardot. Mijn favoriete stoot toen we nog maagd waren! Tijd voor een kort gesprek. “De Camino is in Japan heel goed gekend”, wordt ik met een buiging wijzer. Ze wordt samen met bezoek aan enkele ander Europese bezienswaardigheden aangeboden in een totaal reispakket. De Camino is ook heilzaam voor Budisten.
De volgende pelgrimshalte is 21,10 km verder in Triacastela (refuga pèlerin: 56 pl.) Daarvoor moet je nog wel twee cols trotseren: de Alto do Poio (1.335 m) en de Alto San Roque (1.270 m).
Tricastela
Na de cols wordt de Camino sterk dalende. Over de LU-633 weg, die Eliane met de auto als volgwagen moest volgen: een 8 km lange 7% hellingsgraadse afdaling. De Camino loopt zigzaggend parallel langsheen deze weg waar gelukkig weinig verkeer op zat. De Sierra de Ancares, waar we doorheen lopen, is een wondermooi landschap. De refuga peregrino van Tricastela beschikt over 56 pl. Er is nog een privé refuga met 38 bedden (€7,50) en een albergue (€7).
Samos
Van Tricastela is er een rechtstreekse weg naar Sarria (niet aangemarkeerd) maar de meeste pelgrims volgen de LU-633, de zes km langere weg over Samos naar Sarria. De refuga van Samos is ondergebracht in een reusachtig groot klooster. Er zijn 90 stapelbedden en zoals in de meeste onderkomens gebaseerd op vrijwillige giften. Een privé refuga vraagt €6 en in een hotelletje ben je al snel €24 à €34/2p. kwijt.
Sarria
We komen toe in een brede vallei. Plat, met een kerk op een berg en één enkele lange steile trap. En juist daar ligt de albergue waar ik mijn stempeltje moest halen. Ze maken het ons echt niet makkelijk, de geniepigaards!
We kwamen ook net op tijd om de opening van een nieuw camperstelplaats mee te helpen vieren. Deze ligt aan de oever van de rivier de Sarria aan het Pabellon Polideportivo de Sarria compex. Er stonden een honderdtal uitgenodigde campers van differente clubs, allemaal Spanjaarden, die ons luidruchtig tot een stuk in de nacht uit onze slaap hielden.
De refuga van de Benedictijnen in Sarria beschikt over 90 bedden. Er is een privé refuga met 19 bedden (€6) en 10 in een CR (Casa Rural of in het Frans chambre d’hote, met licentie): €24 à €34/ 2p.
Portomarin
Tot onze aller verbazing was het stuwmeer zo goed als droog. De oude brug met een enkele rijweg, waar de nieuwe dubbelvaksbaan er overheen gebouwd werd om beide oevers met elkaar te verbinden, was nog intact. Ze kon zo terug in gebruik genomen worden. Ook de fondamenten van het oude dorpskern stonden nu droog en smeekten gefotografeerd te worden. Bij mijn vorige reizen was dit niet mogelijk geweest omdat er toen een rimpeltje wind op het wateroppervlak stond.
Van wat restte van het oude dorp werd vakkundig gesloopt en netjes hogerop terug in elkaar gezet. Het nieuw Portomarin is dan ook een geslaagde urbanisatie van stedenbouw. Geen hoogbouw, wel gezellige straten met schaduwrijke arcadebogen in het centrum. Alleen de kerk torent, zoals het een godshuis betaamd, fel dominerend boven de huizen uit. Je staat versteld wat deze gigantische klomp stenen in het vroegere boerendorp voor zin had! In een plaatselijke supermarkt kan je het op oude foto’s nogmaals bewonderen in al haar glorie. Ze staat te pronken in een armzalige vieze doening tussen de koeienbeesten en pakezels.
Portomarin is nu voor de pelgrims een aardige stopplaats met de nodige overnachtingplaatsen, bars en restaurants. Ze bieden de ‘peregrino’-menu’s aan gaande van €7 tot €10. In iedere geval ik kom er graag.
*****
Websites
www.iberia.es, www.xacobeo.es, www.turgalicia.es, www.galice.net, www.caminosantiago.org, www.archicompostela.org. Voor Finisterre: www.neria.es. Logies: www.pazosdogalicia.com.
De Refuga’s (refuge) kunnen zowel gemeentelijk, gouvernementaal (concello), door geestelijken (kerkelijk, klooster) als door andere organisaties uitgebaat zijn. In Arcos wordt de refuga door Vlamingen uitgebaat en bemand. Ze zijn natuurlijk het goedkoopst maar de privacy is verre zoek. Luxe heeft inderdaad zijn prijs!
© www.camperreiswegwijzer.com

zaterdag 3 oktober 2009

23. De stervende zon

23. Rias Baixas
De stervende zon
In het verre oosten bestegen de Chinezen elk nacht de Tai Shan, om vanaf de bergtop hoopvol de geboorte van de nieuwe dag te kunnen naslaan. Daar begon de zon haar bestijging van de hemelbaan over de zuid naar het westen.
’s Avonds, helemaal aan de andere kant van de ‘platte aarde’ keken de bewoners angstig toe naar het drama van de vuurrode bal, dat in een symfonie van machtige oranje, roze en paarse kleurschakeringen op het einde van de wereld in de duistere zee verdween. De zon stierf een bloedrode occident (= dood) aan het einde van de Oceaan. De onpeilbare diepten waar geen zeeman zich nabij waagde. Finis Terrae. De Keltische druïden bouwden er hun zonnealtaar en smeekten de goden voor de geboorte van een nieuwe zon. Later bouwden de Romeinen er hun zonnetempel: ara solis.
De Pinta
Op 1 maart 1493 liep in de Ria van Vigo de Pinta, een doordeweekse kleine karveel binnen. Kapitein Pinzon had heel wat te vertellen toen hij verslag uitbracht aan de havenautoriteiten van Baiona (www.baiona.org). Per koerier werden Los Reyes Catolicos ingelicht. De mare zou de wereld veranderen. Een kortere zeeweg naar India was ontdekt via de Occident, het westen. De wereld was niet plat maar rond!
De Pinta (*1) behoorde tot het smaldeel - met de Santa Maria en de Nina - waarmee Christopher Columbus een poging had ondernomen om via het westen een weg te vinden naar het rijke India. Hadden ze er toen weet van dat ze een nieuw reusachtig continent hadden ontdekt?
De Rias
De Rias van Galicië kan je best omschrijven als Noorse fjorden met Bretoens Keltische invloeden – talrijke cruceiro’s incluis - een glimlach van de zon en een spetter regen. Aangename zomerse Noordzee temperatuur. De verbrokkelde kustlijn is 1.300 km lang. Ze worden in vier hoofddingen aangeduid: Rias Baixas, Costa de la Muerte (de Doodskust. Het idee van het einde van de wereld werd ook versterkt door de vele schipbreuken (*2) en de noordwesterstormen die het beeld van dit gebied bepalen), de Golf van Artabro en de Rias Altas, met de hoogste kusten van Europa (meer dan 600 meter).
We hadden Portugal verlaten over de ijzeren Eiffelbrug via de Portugese vestigstad Valença naar het Spaanse Tui (www.concellotui.org). We verzette onze horloges naar Centraal Europese tijd en voelden ons op slag een één uur ouder! Langs de rechteroever van de Minho/Mino waren we vervolgens afgezakt naar O Guarda en overnachtte in de vissershaven om ’s anderdaags langsheen de oevers van de Ria van Vigo (www.riasbaixas.org) onze reis naar het noorden te vervolgen.
Vigo (www.vigo.org) is een hectische havenstad in sterke uitbreiding. Niet te doen. We namen de Autovia (A9) richting Pontevedra (eenmalige péage €2,95) met afslag naar Marin. Overnachten deden we aan het de Playa Agrelo van Portomaior.
Pontevedra
’ s Anderdaags keerden we op onze stappen terug. Met hoerensjansse vonden we parking en bezochten het historische centrum van de stad (www.fegamp.es/Cpontefedra, www.consellopontevedra.es en www.depontevedra.es).
Pontevedra is ook een Portugese stop op de weg naar Compostela. In de Sanctuarium van La Peregrina kunnen de bedevaarders hun boekje laten afstempelen. La Pelegrina (de vrouwelijke pelgrim) is de beschermheilige van de stad.
Gezonde ezel
We verplaatsen ons naar het piepkleine eilandje van Toxa. Gekend om zijn heilzame kuuroord en speciale geurige zeep ‘La Toja’. De ontdekking van de genezende modder werd ontdekt door middel van een ezel! Een boer zijn ezel was ziek (soort ringworm volgens de bronnen) en had deze op het eilandje achtergelaten. Enkele maanden later moest hij terug naar het eiland voor het een of ‘t ander en ontdekte tot zijn verbazing dat zijn ten dode opgeschreven dier, gezond en wel was. Het wentelde zich met veel deugd in een plas modder.
Het eiland is een aanhangsel van het grotere O Grove. Deze is op haar beurt verbonden met het vastenland door een kilometers lange zanderige landengte, waar je aan de ene kant kunt zonnen op het uitgestrekte strand van A Lanzada, met zicht op de Ria de Pontvedra en aan de andere kant kunt pootjebaden in de Ria de Arousa. Er is een ruime gratis parking voorzien aan deze immense zandvlakte met faciliteiten.
Een eigenaardig ritueel
Maar helemaal voordat je begint aan deze tocht, bezoek ook eens het romaanse kerkje van Santa Maria (aan het begin van de landengte). Hier vindt op midzomernacht de Romeria da Lanzada plaats dat, als een duidelijke prechristelijke vruchtbaarheidsrite, wordt gevierd met de zogenaamde Bano das Nove Ondas (bad in de nieuwe golven).
Vrouwen die problemen hebben in verwachting te raken nemen hier een zeebad en moeten negen golven over zich heen laten gaan. Daarna, van groot belang. Anders lukt het niet: een kaars aansteken gemaakt van maagdelijke bijenwas en gemaakt door drie maagden met de naam Maria en liefst op dias de la Candelaria (Lichtmis) of Goede Vrijdag. De juiste tijdstip voor het badritueel, ook heel belangrijk, is net voor zonsopkomst en wel de laatste zondag van augustus. Vrouwen die niet zwanger raken is oorzaak omdat ze er niet in geloven! Heel die uitleg rammelt aan alle kanten, mijn gedacht. Zo zie je maar!
De Romeria van de Bijna Dood
Een processie waarbij doodskisten in plaats van heiligenbeelden meegedragen worden is ook niet alledaags! Dat gebeurd wel degelijk sedert de 15de eeuw in A Proba do Caraminal, een havenstadje aan de Ria de Arousa.
Als we goed geteld hebben werden we met 22 kanonschoten het bed uitgeschoten voor een vierdaagse Festa Galega de Interes Turistico. We stonden geparkeerd op de steiger geklemd tussen de jachthaven en de vissersboten en waren hier speciaal voor Las mortajas del Nazareno.
Er was een reusachtige kermis opgezet waartussen een zwerm negers aan kraampjes chacosse’s, zonnebrillen en blinq-blinq horloges trachtten aan de man te verslijten.
Twee reusachtige podium stonden op de Place Mayor. Dagelijks traden hier om tien uur tardes (’s avonds) tot halfvier in de morgen complete orkesten met Spaanse topzangers op. De podiums werden ’s nachts terug afgebroken en ’s anderdaags anderen opgezet om de volgende artiesten hun ding te laten doen. Zo vier dagen aan een stuk. Ieder groep beschikte dus over haar eigen mobiele podium.
De Romeria zelf had plaats op zondag om 10 uur in de manan (’s morgens). Een tiental kisten werden gedragen en begeleid door de fanfare met een duizenden koppige menigte, veel in paarsboetekleed met meters hoge kaarsen, door de straten rondgedragen. Ook een viertal folklorische groepen van gaitero’s (doedelzakspelers en trommelaars) zorgde voor de nodige ambiance.
Het einde van de rondgang werd aangekondigd door een spervuur van kanongebulder en in de lucht ontploffende granaten (hopelijk losse flodders). Het helse lawaai duurde een half uur en we kregen een smaakje voorgeschoteld hou de frontsoldaten zich in de oorlog van 14-18 moeten hebben gevoeld in de loopgraven. Mijn oren tuiten er nog van!
Grand Duna
In de onmiddellijke omgeving, voor je aan het plaatsje Corrubedo, toekomt bevind zich een reusachtige duin. Deze is 1.300 meter lang, 300 m breed en 20 m hoog.
Deze zandophoping, ook Duna Mobil (wandelende duin) genoemd, werd omstreeks 2.900 jaar geleden gevormd. Op het begin van de vorige eeuw was ze nog 60 meter hoog. Nu beschermd als nationaal natuurmonument en enkel nog toegankelijk via een houten plankenpad, waar je niet vanaf mag wijken (€600 tot €6.000 boete). Anno 1993 werd ze opgenomen op de RAMSAR-lijst.
De Faro van Corrubedo
Een laatste zonsondergang maakten we neem van op de rotsen aan de vuurtoren van Corrubedo. Het spektakel duurde meer dan een uur van veranderend licht en kleurschakeringen. Geen enkel vuurwerk, lasershow of wat dan ook kon dit natuurverschijnsel evenaren. Ondanks dat de plek afgelegen ligt komt er dagelijks toch veel volk voor dit gratis schouwspel opdagen. Ook de Europese wandelroute GR-52 (*3) loopt hier op haar einde.
Finis Terrae.
********

Voetnoten
(*) Om het 500ste verjaring te vieren van de ontdekking van Amerika werd in 1993 een duplicaat van de Pinta gebouwd. Het ligt in de haven en is te bezoeken voor €1.
(*2) Schipbreuken: Een andere dood van de vis-, schelpdierenindustrie en toerisme is van deze tijd. In 1993 leed de Aegean Sea hier als voorsmaakje schipbreuk voor wat nog komen moest: de stranden kleurden zwart van de stookolie. Op 13 november 2002 brak er, na een stranding op een klip, de Prestige met 100.000 ton ruwe olie in de buik.
(*3) GR: Sentier de Grande Randonée (Gran Recorredo).
Websites
www.arosanorte.org, www.verbarbanza.com, www.turgalicia.com en www.turisogallego.com. Campings: www.camping.riadearosa.com.
www.sanxenxo.org, www.turimogrove.com
Spaanse bureaus voor toerisme: www.tourspain.be, www.spaansverkeersbureau.nl.
© www.camperreiswegwijzer.com
.

maandag 21 september 2009

22. Minho

22. Minho
Waar waren we al ook alweer gebleven? In Barcelos.
Staatkundig is de Republica Portuguesa (vastenland: 88.951 km2) verdeeld in 11 provincies. Alto Minho ligt met de Rio Minho, waaraan de streek haar naam ontleend tevens de landsgrens met het Spaanse Galicië, het noordelijkst. Aan de Atlantische kust hebben we de Costa Verde. Aan de oostgrens - ook aanleunend met Galicië - het nationaal park van Peneda-Géres met de bergketens: Serra da Peneda, -do Soajo, -Amarela en -do Géres.
Alto Minho is gekend om zijn Vinho Verde en uitbundige kleurrijke religieuze- en folkloristische feesten. We maakten er een mee in Viana do Castelo (www.cm-viana-costelo.pt) .
195 meter boven de stad op de Monte de Santa Luzia, troont de Igreja de Santa Luzia goed zichtbaar boven de stad uit. De neobyzantijnse koepelkerk is een kopie van de Sacré-Coeur in het Parijse Montmartre. In de stad zelf greep op het moment van ons verblijf het XIII International Folklorefestival plaats (*1). Het feest duurt een ganse week. Het was de afsluiter van de Romaria da Senhora da Agonia (derde week van augustus). Deze religieuze gebeurtenis duurde drie dagen van bezinning en feesten. Een Romaria betekend letterlijk Romeprocessie (In het Spaans Romerio: het woord Rome staat erin) en naar onze arme oren: keihard luidruchtig.
Van het folklorefestival genoten we van Colombiaanse en Venezuelese Zuid-Amerikaanse dansen, met wild schuddend achterwerk van de deelnemers. Rusland stal de show met vrouwelijke elegantie en huppelende stoere Kozakken terwijl Angola (spreek uit: Ankgoela) iedereen verbaasde met wilde Afrikaanse jungledansen en vuurspuwende artiesten. Honderd procent entertainend. Klasse!
Het Nationaal Park
Via de N203 reden we naar Ponte de Lima. Hier maakte de stad zich op om de jaarlijkse Feira Nova te vieren (*2). Deze is de grootste Romaria van de streek en wellicht ook van Portugal. Het grote nadeel (voor ons toch) was de broeiende hitte. We verkozen later een Romaria aan de frissere kust mee te maken. Overnachten, op de toch ruime parking aan de Limarivier, was voor ‘autocaravana’s’ verboden. We vonden plaats aan de noordkant van de Romaanse boogbrug op een toelaatbare plaats onder de bomen (evenwijdig aan de rivier). Het is twee minuten lopen naar het stadscentrum en niet ver van de Expolima en paardenmarkt.
Het oversteken van de rivier verliep hier voor de Romeinse legioenen van consul Decimus Brutus problematisch. Ze dachten er voor de Lethe, de mythologische rivier van de vergetelijkheid te staan. Als ze erover waren zou alle opgeslagen herinneringen in hun hersenpan uitgewist worden. En daardoor zouden ze all the way back home nooit meer terugvinden. De hoofdman van de bende gaf zijn paard de sporen, stak zwemmende de stroom over, deed een kort ritje en kwam terug aan de oever met de kreet dat hij ze nog alle vijf op een rij had. Daarna gingen de soldaten te water om verder in het huidige Galicië - toen het einde van de wereld - hun veroveringstocht af te maken. Nu staan er ter herinnering aan deze dappere daad levensgrote houten figuurtjes van Romeinse legioenairs aan de oever met aan de overkant hun onverschrokken leider te paard.
We vervolgden ’s anderdaags onze trip door de wijngaarden verder naar Ponte de Barco. Deze stad, ook aan de Lima ligt op de Compostelaweg vanuit Barcelos. Verder de N203 volgend naar de Spaanse grens stopten we in Bravaes, links van de weg aan een romaans kerkje. De Iresja de Sao Salvador (12de eeuw) beschikt deze maal in haar portalen niet over uitgebeelde heiligen maar over dierenfiguren zoals apen, olifanten en andere geredde exemplaren van Noach met zijn ark.
Bijna aan de Spaanse grens gekomen ligt het sluimerende bergdorp Linboso. Achter een gerenoveerde feodale vestig liggen zowat een 60-tal espigueiros (typische granieten streekmaïsschuren). Je vind ze ook in Galicië waar ze Horreo’s worden genoemd. Gek, maar ver weg van hier, in Kroatië, trof ik deze vorm van typische maïsbewaarplaatsen ook aan ten zuiden van de hoofdstad Zagreb. Niet in graniet maar wel uit metaal of hout vervaardigd.
Bosbranden
Na ons bezoek zouden we een andere weg door het park nemen met het gedachte er ook te overnachten. Een doordringende penetrante brandlucht bracht ons op andere gedachten. Het bos stond in de fik. We hoorden eerst en zagen dan de blushelikopter, die zijn water uit de naast de weg liggende afgedamde Rio Lima bevoorrade, en haar lading loste net voor ons. We kwamen aan de plaats des onheil waar de brand zich razend snel van de weg af verwijderde, verder de bergwand op. Dennen en eucalyptusbomen zijn dan een gemakkelijke prooi vuur te vatten bij de eerste vonk. Het was duidelijk dat de brand ontstaan was aan de berm, achteloos weggeworpen peuk in het kreupelhout? De brand was gelukkig niet naar de andere kant van de weg overgeslagen en we reden door over het kletsnatte wegdek zonder te stoppen. Er waren nog geen bombeiros (brandweer) en politie ter plaatse. Verder kringelde er veel rook omhoog van andere bosbranden. We telden er vijf die dag.
Vila Praia de Ancora
Aan de kust had op dat ogenblik de Romaria: Festas em Honra de Na. Senhora da Bonança plaats. Het feest zou vier dagen duren en wij zochten ons een plek uit zo dicht mogelijk bij het gebeuren. Dat was aan de zuidkant aan de monding van de Ria Ancora met zicht op zee. De badstad had moeite noch geen kosten gespaard om haar zeedijk en parkings te verfraaien. Wij vonden een plaats aan een plek waar we in de eerst plaats dachten dat deze met een kurkenvloer belegd was. Het was niet zo maar wel een goede imitatie met kleine bruin steentjes. Er was ook gedacht aan de jeugd, zowel groot als klein, met een speelplein en de ouderen met gratis te gebruiken geel-roodgelakte fitnesstoestellen (ook gezien in andere Portugese badsteden). Water(drink)fonteintjes sloten het werk af in haar eindfase was.
De eerste dag (quinta-feira) was voorbehouden aan de vissers: homes do mar e suas embarcaçöes. Met hun vlaggen versierde sloepen kwamen ze de haven ingevaren waar een priester hun opwachtte voor een open mis met driekwartuur durend sermoen. Daarna werd een gekroond Mariabeeld met kind: Nossa Senhora da Insua, dat gemonteerd stond op een met metallieke kunstbloemen versierde boot op de schouders van de dragers getild. Het geheel werd voorafgegaan door de fanfare en een hoogzwangere hoofdmajorette met haar meisjes en in processie naar de kerk gebracht.
Sexta-feira zeulde er ’s morgensvroeg al een bombos (trommelaars) door de straten. Kroegentocht, volgens de omstanders! Het ensemble bestond uit één enkel vrouwelijk gaita-defales (doedelzakspeler), twee accordeons en veel trommellaars, waarvan twee grosse caisses. Muziek? Oorverdovend lawaai ja!
Sabado was de grote dag voor de folklorische optocht. Hier schieten mij woorden te kort om het allemaal in een verslag te gieten. Een Amerikaanse toeriste drukte het zo uit: “Oh, my God, amazing, amazing…,” terwijl ze onophoudelijk met haar digitaal fototoestelletje als zot van alles wat in de stoet bewoog kiekjes nam. De ene kleurrijke Rancho folclorico volgde dan ook de andere Grupo de Danças e Cantares op tussen de talrijke praalwagens, die steevast een oude ambacht uitbeelden.
Domingo was de dag van de eigenlijke Grandiosa Procissao Religiosa, de Romaria dus. Een legertje dragers (waaraan talrijke vrouwen op blote voeten) torsten 22 ontzaglijke gevaarten met heiligenbeelden door de straten. Het allemaal uit de kerk halen, waar het was opgeslagen, was al een show op zichzelf. Het pronkstuk was nu een ander Mariabeeld op een reusachtige met kunstbloemen versierde boot. In haar handen naast het kindje Jezus nog een driemastzeilbootje.
De versierde beelden stelden veelal beschermheiligen voor. Een gedeelte van de optocht was gewijd aan geboorte van Jezus tot zijn kruisdood. Het loodzware kruis werd door acht blootsvoetse vissers in carreauhemd gedragen. Op de zeedijk kwam het geheel tot stilstand omdat mijnheer pastoor weeral een emotionele halfuur durende preek moest afsteken. Niemand bleek er een boodschap aan te hebben. Religieuze evenementen zijn hier blijkbaar ook op hun retour en herleidt tot toeristische massa-attracties.



Voetnoot
(*1) Griekenland, Venezuela, Bolivia, Angola, Mexico, Republiek Tsjechië, Rusland en verschillende groepen uit Portugal zelf. Sedert 2001 op de lijst van Unesco als wereldpatrimonium: http://www.unesco.org. Er bevindt zich ook een stedelijk museum van traditionele klederdrachten in het centrum van de stad (www.cm-viana-castelo.pt/museus.htm).
(*2) Het grootste Festa is de derde week van september in de stad Ponte de Lima. Ze staat bekend als Feira Nova, omdat het een combinatie is van jaarmarkt en religieuze feest dat men heeft samen laten smelten.
Lectuur: De supermarktketen Modelo gaf een Gids uit: Guia das Maravilhas de Portugal, 30 grandes cidades e seus arredores. IBSN 978-972-99996-5-9 ano 2007 (aanbevolen maar enkel verkrijgbaar in het Portugees).
Websites
RT Verde Minho: www.rtvm.pt, Noordoost: www.nordeste.pt, Alto Tamega e Barrosa: www.rt.atb.pt, Guimaraes: www.guimaraesturismo.com, RT Douro Sul: www.douro-turismo.pt, Porto: www.portoturismo.pt RT Douro Sul: www.douro-turismo.pt, RT Alto Minho: www.rtam.pt, Vila Nova de Gaia: www.cm-gaia.pt, RT Serra do Marao: www.rtsmarao.pt.
www.wandeleninportugal.info
© www.camperreiswegwijzer.com